Routebeschrijving
Nieuws
Vacatures
Intranet
Nederlandse vlag
Engelse vlag
   

 

 

Brandmeldinstallatie


Brandbeveiliging is gebonden aan een groot aantal regels en voorschriften. In principe zijn deze regels en voorschriften gebaseerd op minimumeisen en gaan met name uit van de belangen van de partijen die betrokken zijn bij het opstellen van de richtlijnen met betrekking tot brandbeveiliging. Het Bouwbesluit omvat voorschriften voor het bouwen van een brandveilig gebouw.
Deze hebben met name betrekking op de brandbestendigheid van constructies en installaties. Zo moet de hoofddraagconstructie bij brand blijven staan en mag brand niet via de buitengevel kunnen overslaan naar hoger gelegen verdiepingen. Bovendien moeten binnenwanden en deuren gedurende een bepaalde tijd kunnen voorkomen dat brand doorslaat naar andere compartimenten van het gebouw. En ook voor ventilatiekanalen, lift- en leidingschachten en trappenhuizen gelden speciale regels. Deze kunnen brand immers horizontaal en verticaal verspreiden doordat ze door diverse compartimenten van een gebouw lopen.


Brandmeldcentrale      KEMA brandmeld inst.


De gemeentelijke bouwverordening stelt aanvullende eisen, gebaseerd op de lokale situatie. Zo kan in verband met langere aanrijdtijden van de brandweer een hogere mate van brandveiligheid worden voorgeschreven.Voor de ingebruikneming van een (bedrijfs)gebouw is daarnaast een gebruiksvergunning noodzakelijk. De brandweer beoordeelt de vergunningaanvraag, die betrekking heeft op het feitelijke gebruik van het gebouw. Voor de opslag voor oud papier gelden immers andere eisen dan voor de opslag van bestratingmateriaal.
  
Verzekeraars
Verzekeraars hebben belang bij een zo laag mogelijk schaderisico en eisen op grond hiervan vaak risicobeperkende maatregelen. Treft u de juiste maatregelen,  dan wordt u vaak beloond met een premiekorting of een lager eigen risico. Blijven de maatregelen achterwege, dan kan dit resulteren in een hogere premie of zelfs opschorting van de dekking.

Eigenaar of gebruiker van het pand
Bovengenoemde voorschriften zijn gebaseerd op minimumeisen en gaan met name uit van de belangen van derden: de veiligheid van de gebruikers en de omwonenden van het gebouw en het voorkomen van door- en overslag van brand naar belendende panden.
Maar brand heeft ook grote gevolgen voor de bedrijfsvoering van uw onderneming. Als eigenaar of gebruiker van het pand zult u daarom vaak verdergaande maatregelen willen treffen.

Certificaat garandeert kwaliteit
Met een keuringscertificaat kunt u aan brandweer en verzekeraar aantonen dat uw installatie volgens de geldende richtlijnen is ontworpen en aangelegd en deskundig wordt onderhouden en beheerd. Of uw installatie moet worden gecertificeerd, hangt af van het Programma van Eisen (PvE). Dit wordt opgesteld door de PvE-schrijver aan de hand van de wensen en eisen van onder meer de eigenaar van het pand, de gebruiker, de brandweer en de verzekeraar(s).
Voor het verkrijgen van een certificaat moet de installatie worden aangelegd door of onder verantwoordelijkheid van een installatiedeskundige en in bedrijf gesteld onder verantwoordelijkheid van een erkend branddetectiebedrijf. Deze geeft het certificaat af en meldt het aan bij het Nationaal Centrum Preventie.

Om een gecertificeerde brandmeldinstallatie te kunnen onderhouden, dient de gebruiker voor het dagelijks beheer en klein onderhoud een beheerder (opgeleid persoon) aan te stellen. Het periodieke onderhoud moet worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een onderhoudsdeskundige. Voor verlenging van het certificaat moet het Rapport van Onderhoud onder verantwoordelijkheid van het branddetectiebedrijf worden opgesteld. Een gecertificeerde brandmeldinstallatie moet dan ook zijn voorzien van een onderhoudscontract.